Tapas voor thuis

Ik ben natuurlijk een nuchtere noorderling. Ik ook. Ik ook. Eh... ja, wij alle drie dus. Voor ons hoeft al die poespas en dikdoenerij niet zo. Laat ons maar lekker werken. Maar ja, we zijn thuis niet alleen. Dus moeten we af en toe wel op vakantie. Maar verder dan België krijg je ons met geen paard. Da's ver genoeg. Vinden wij. Maar onze echtgenotes en kinderen dus niet en zo zaten we deze zomer zomaar ineens in Spanje. Gelukkig wel net het hele cluppie, dat scheelde.

Nee, dat Spanje is niks voor mij. Voor mij ook niet. Voor mij wel dan? Nee, voor ons alle drie niet. Veel te ver, veel te warm, je verstaat ze niet, overal lawaai.

Gelukkig waren we met de eigen caravan. Wij ook. Ja, en die van ons ook. Met drie caravans dus. Veel te lang achter het stuur gezeten, zonde van de tijd. Veel te veel benzine verstookt. Zonde van de energie. Veel te weinig eten van huis meegenomen. Zonde van het geld. En dat Spaanse servessa is ook niet om over naar huis te schrijven.

Maar goed, de meiden en de kinderen waren we natuurlijk in no time kwijt. Die wilden bakken op het strand, de stad in en al dat soort dingen. Da's niks voor mij. Voor mij ook niet. En voor mij.

Dus wij op een gegeven moment toch naar zo'n Spaanse kroeg in. Hadden ze in elk geval airco. Zo'n cerveza besteld - ik ook... en ik ook... - Drie biertjes besteld dus, zet die Calimero er een schaaltje worstjes bij. Kijk, daar houden we dan weer wel van.

De Worstmeesters op vakantie

Meteen proeven natuurlijk. Lekker! Jahaa... dat kunnen ze dus wel, die Spanjolen... wordt maken. Niet zo goed als wij natuurlijk, maar niet slecht. Welk veel te klein natuurlijk, die worstjes, dus dat schaaltje was zo leeg. Ik had er amper vier. Ik drie. Ik maar twee. Dus wij nog zo'n bakkie bestellen. Tapas, zegt die Calimero. Ja, da's goed, zet er nog maar een tappie bij, zei ik. Voor mij ook. En voor mij ook. Het ging wel wat hard die middag: schaaltje worstjes, tappie, schaaltje worstjes, tappie... maar ja, dan kom ik wel op de beste ideeën. Ik ook. En ik ook.

En we zeiden het alle drie tegelijk: dat moeten we mee naar huis nemen. Ja, dat idee dan, niet die worstjes. Dat kunnen wij beter. Veel beter. En zo gezegd, zo gedaan.

Wij nog vragen aan die Spaanse biertapper: "hoe noemen jullie die dingetjes nou?. Begon-ie weer over de tapkast. Maar we wouden helemaal geen bier meer. Zegt zo'n andere roodverbrande Hollandse toerist een paar tafels verderop: nee, tapas, zo heten die dingen. T-a-p-a-s. Dat zijn geen tappies! En hij lachen! De bloemkool!

En nu heb ik ze thuis ook. Ik ook. Ik ook. Precies, maar dan met de echte droge worst zoals alleen wij die bij Huls kunnen maken. Goed, een beetje kleiner dan we gewend zijn, maar lekker!!! Kijk, zo zijn we weer helemaal thuis. Gelukkig wel. Met onze eigen tapas voor thuis. En we noemen ze... precies: Tapas voor Thuis.

Maracas

Zo, daar hoeven we dus nooit meer voor naar Spanje. Wij ook niet. En wij ook niet. En jij al helemaal niet. Probeer maar. Lekker bij een ehh... tappie.